De pen

Door Raymond Bouwman - September 2019

Voor het geval dat….


Ooit leek het mij een leuk idee om een imkercursus te gaan volgen, en om bijen te gaan houden. Hoe handig dat er een cursus bleek te zijn dicht bij huis. Met wat kunst en vliegwerk was het me gelukt om de opkomst verplichting te halen, zelfs nog een keer voor naar Bussum, of was het Naarden, geweest naar een cursusgroep met Gooise mannen en vrouwen. Het leverde het benodigde vinkjeop de aanwezigheidslijst op, en uiteindelijk ook het begeerde imkerdiploma. Daar was het immers allemaal op begonnen.

Mijn eerste bijenvolkje was geen succes. De bijen waren onrustig. Ik werd vaak gestoken en liep regelmatig rond met dikke enkels. De bijen hadden bovendien de ongemakkelijke gewoonte om nietsvermoedende bezoekers te steken, en onze honden te belagen. Wat er mis was met het volkje is nooit helemaal duidelijk geworden, ondanks lange email dialogen met de diverse bijendeskundigen. Ik had misschien wat meer hulp moeten vragen van de ervaren imkers, maar om hulp vragen is niet mijn favoriete eigenschap. Op een herfstdag waren alle bijen zomaar ineens verdwenen, en na een winter van bezinning op de stekelige hobby, besloot ik in het volgende voorjaar om weer opnieuw te beginnen. De herstart begon met een heel klein volkje dat voor demonstratie op de Hengelse hemelvaart werd geprepareerd door de gebroeders Geurtsen. Na afloop van de markt het volkje in een kast gedaan, en op een nieuwe plek in de wei bij ons huis gezet. In dezelfde wei waar de shetlanders grazen. En vanaf toen ging het allemaal voorspoedig. Ooit hadden we één shetland pony, genaamd Boefje. Na Boefje, kwam Wanny, en toen Nina, en een paar veulens Fanny, Geirhilda, en Giovanna (van Bronckhorst), en Joppe. Voor je het weet heb je een wei vol met shetlanders. Met bijen zou het toch wel anders zijn, leek me zo. Minder aaibaar vooral. Is er eigenlijk een overeenkomst tussen shetlanders en bijen? Het eerste volkje - later omgedoopt tot het ‘demovolk’ kwam goed de afgelopen winter door, en tweemaal heb ik deze zomer volop honing kunnen slingeren. 

 

Hoewel mijn vrouw Feikje er van overtuigd was dat ze niet met mijn bijen te maken wilde hebben, ging ze toch geheel tegen alle verwachtingen in naar de bijencursus, alwaar een tweede volkje opgekweekt werd, voor het gemak aangeduid als ‘cursusvolk. Je zie de overeenkomst tussen bijen en shetlanders al komen. Het leek mij daarnaast wel handig om een reservekast klant en klaar te hebben staan. Voor het geval dat. Welnu, dat geval was al snel, want Eddie had een zwerm geschept, op een bijzondere plaats, in de boom bij het vredesvuur in Hengelo. Wie er belangstelling had, en ook geschikte huisvesting? Dat werd dus het derde volk, het Vredesvolk. Zo moest het maar genoeg zijn. Ook de bijen uit het Vredesvolk steken weleens overigens. Misschien maar weer een reservekast klaarzetten. Voor het geval dat. Een oude bijenkast wat opgelapt en een nieuw verfje erop gesmeerd. Appelgroen. Op een dag telefoontje. Er hangt een zwerm op de Koningsweg. Zijn dat soms jou bijen? Wil jij eens gaan kijken? Het waren niet mijn bijen, maar een flinke zwerm bij buren een eind verderop in de straat. Ik had nog nooit een zwerm geschept, had gelukkig wel een schepkorf klaarliggen, Voor het geval dat. De zwerm hing op 2 meter hoogte, in een appelboom. Eenvoudiger kon eigenlijk niet. Ik kon ze zo in de korf scheppen, nog even wachten tot het volk zich weer wat had gegroepeerd en er wat deskundig naast staan alsof het dagelijkse kost was om bijenvolken te scheppen. Het volk uit de appelboom heb ik thuis in de appelgroene bijenkast gehuisd, die klaar stond voor het geval dat. Ze heten nu het Appelvolk. Zo gingen we in 1 jaar tijd van nul naar vier volken. Het inwinteren is inmiddels gereed. De shetlanders moeten ook nog inwinteren, maar dat werkt toch heel anders. Ik moest maar weer eens een reservekast klaarzetten. Voor het geval dat.


Raymond Bouwman geeft “de Pen” door aan Hans van Pelt.